Laat het water maar vallen

Vrijdag 31 mei 2019

De waterval van Krimml is met een valhoogte van 380 meter de hoogste gefaseerde waterval van Europa. In 3 stappen stort het water naar beneden.
 De bovenste fase heeft een val van 140 meter, de middelste 100 meter en de laagste weer een val van 140 meter.
Al sinds de 18e (!) eeuw is het een toeristische attractie, al trok het toen waarschijnlijk een stuk minder toeristen dan nu.

De watervallen liggen midden in het national park Hohe Tauern, ong een uur rijden vanaf Maria Alm.
Langs al dat vallende water is een 4 km lang wandelpad die wordt onderhouden door de Oostenrijkse Alpenvereninging. Vanwege dit onderhoud wordt er entreegeld gevraagd, alleen cash te betalen. Wie heeft er tegenwoordig nog geld bij zich? Wij vandaag gelukkig wel!!

Voordat we aan de wandeling omhoog beginnen nuttigen we op een bankje, met in de verte uitzicht op de waterval, een kopje koffie met een boterham.
Onze travelbuddy Trav had weer veel bekijks 🙂
Leuk hoe mensen op hem reageren!


De watervallen zijn imposant, wat een kracht! Het wandelpad net zo indrukwekkend, het gaat door een prachtig groen bos. Groen vanwege de bodem die bedekt is met mossen en varens.
Op sommige stukken heb ik daar meer aandacht voor dan voor de watervallen, de macrolens is op de camera geschroefd 🙂

In het informatiefoldertje lees ik dat de nevel van de waterval er voor zorgt dat de mossen, korstmossen en varens hier volop groeien.
Van de nevel worden we op sommige uitkijkpunten (wij doen er 8 van de in totaal 11 aan) behoorlijk nat. De regenjassen komen van pas 🙂

Wim heeft sinds gisteren pijn in zijn rug, hij ging zijn veter strikken en toen schoot het erin 🙁 , daarom besluiten we niet tot aan de bovenste waterval door te lopen. Die ligt op nog 50 minuten flink steil omhoog.
Na het 8e uitkijkpunt, ik schat op zo’n 3 kilometer lopen, gaan we links af over de brug en volgen we een ander wandelpad terug naar Krimml.

Dit was duidelijk de niet toeristische en onderhouden route, wel leuk! Het is de Altern Tauernweg, 2000 v Chr (!) door de Kelten aangelegd en in 1985 gerenoveerd.


Op de nog vlakke weg zien we een zwart eekhoorntje, hij staat verschrikt stil en kijkt naar ons. Spring, spring hij is weer weg voordat we hem kunnen fotograferen.
We slaan links af richting een bos, daar begint de steile afdaling over een smal stenen pad dat nat is. Wandelstokken komen te voorschijn dat loopt toch wat zekerder.
Anders dan de nattigheid doet vermoeden is het niet glad, toch roetsjt Wim een keer door. Gelukkig zonder zich te bezeren.


Aan deze kant van de rivier kunnen we heel dicht bij de onderste waterval komen. Wat een geweld! Het grasveldje ervoor is helemaal sompig van het water.

Klingel, klingel, klingel. Tussen de struiken lopen koeien te grazen. Eentje kijkt ons aan, kauw, kauw, snel de kop weer naar beneden. Graas, graas, toch weer even kijken. Wie zijn dat? En weer aandacht voor het eten. Zijn ze er nog?
Dat gaat zo eventjes door, grappig om te zien.

Na 10,35 km, een hoogteverschil van 250 meter omhoog en weer naar beneden, en 4,5 uur staan we weer bij de auto.