"Bali Island of the Gods, the last paradise on earth"

Er zijn heel wat superlatieve beschrijvingen te vinden voor dit eiland. Zo beschrijft De Lonely Planet het op een bijna dichterlijke manier:

The mere mention of Bali evokes thoughts of paradise. It’s more than a place; it’s a mood, an aspiration, a tropical state of mind

We love to be in a tropical state of mind! So Bali here we come!

Singapore Airlines vliegt ons op 21 april naar dit paradijs waar we een dag later (tijdsverschil meegerekend) aankomen. De eerste drie dagen verblijven we in Sanur, in het meest luxe verblijf van onze reis. Het meest luxe want…er is er een jarig hoera, hoera! Op 23 april vieren we dat Wim 65 jaar wordt.

Na drie dagen gaat het echte avontuur beginnen want we gaan ons wagen in een wagentje (Suzuki Jimmy) in het verkeer van Bali!
Als je het internet er op na struint en de adviezen  leest over zelf autorijden in Bali, lijkt het misschien niet zo’n goed idee:

Gezond verstand zegt niet doen!

Als je wil genieten van je vakantie , ga een huurauto MET chauffeur huren.

Als je alleen het geregelde overgeorganiseerde Europese verkeer gewend bent is het een zware opgave.
Heb je ook nog eens geen ervaring met links rijden (en schakelen!), begin er dan niet aan!

Het is, voornamelijk in het zuiden van Bali, vreselijk druk in het verkeer. Duizenden brommertjes die je van alle kanten voorbij schieten. Verkeersregels zullen er wellicht zijn maar niemand houdt zich er aan. Verkeerslichten die op rood staan zijn slechts een suggestie en dan heb je nog de corrupte politie. Als toerist ben je ALTIJD de schuldige, ook al heb je niets gedaan. Gewoon het feit dat je als toerist in een auto zit is al reden om je aan te houden en je een boete op te leggen….dus we zorgen voor een vriendelijke lach en een flink aantal lokale bankbiljetten (Rupiah) om onze ‘boete’ te betalen. Zal ons een paar duizend Rupiah kosten maar acht dat is slechts een paar euro 🙂 .

We gaan het gewoon proberen. Rustig aan rijden, de toeter flink gebruiken (schijnt iedereen te doen om te laten merken dat hij aan het verkeer deelneemt) en als we eenmaal uit het drukke zuiden zijn (dat is vrij snel) dan zal het allemaal wel mee vallen.

Onze route is als volgt:

Ubud, Jatiluwih, Pemuteran, Lovina, Amed en de laatste bestemming Candidasa.

Ubud is de culturele ‘ hoofdstad’  van Bali. Hier vind je veel mooie rijstvelden, oude gebouwen, tempels, musea, kunstenaars en spiritualiteit. Hopelijk ook nog wat authenticiteit want het is inmiddels al goed ontdekt door te toeristen. Vooral het boek Eat, Love, Pray schijnt hier debet aan te zijn…of zou het toch gewoon zijn omdat het een mooie plek is?

Jatiluwih ligt in een groene oase van eeuwenoude rijstvelden omringd door regenwoud. Het schijnt zo groen te zijn dat, ook weer volgens de Lonely Planet, je geen woord voor groen meer kan bedenken als je hier over de kleine paden door de rijstvelden loopt.  We verblijven hier in Sang Giri Mountain tent resort. Dat lijkt ons echt fantastisch!!  Je kan veel dingen doen in de omgeving. Als je echter de foto’s met het uitzicht van af het terrasje bij de tent ziet….dan wil je daar eigenlijk niet weg!

 

In Pemuteran trekken we onze stingersuits aan om te gaan snorkelen. Mochten er gevaarlijke kwallen zijn (de boxjelly fish (!) komt hier voor), dan hebben wij er geen last van en we zijn gelijk beschermd tegen de zon. Voor de kust van Pemuteran zijn uitgestrekte koraalriffen en het is dichtbij Pulau Menjagan  dé plek om te duiken en snorkelen op Bali.
Ook hopen we in Taman Nasional Bali Barat (Bali’s enige nationale park) de zeldzame Bali Spreeuw te zien.

Lovina is een relaxt plaatsje aan de noordkust van Bali. Een van de highlights vind je in de vissersdorpjes waar in de namiddag de vissers in hun traditionele boten, prahu uitvaren voor hun nachtelijke vistochtje. De visserbootjes zijn mooie silhouetten tegen de, door de zonsondergang, rood kleurende hemel.

De kust voor Amed is zeer geschikt om te snorkelen, hier ligt de Jemeluk Sea Garden rijk aan koralen! De stranden zijn hier wel minder mooi maar daarom wel een stuk rustiger,  weinig toeristen.

In Candidasa brengen we de laatste dagen van de vakantie door. Vanuit hier zullen we vooral dagtochtjes maken om het oosten van Bali te ontdekken. Highlights zijn het oude  Agadorp Tenganan en de hoogste berg (vulkaan) de Gunung Agung (3142 meter). Deze kan je onder begeleiding beklimmen, je vertrekt midden in de nacht (!) zodat je boven van de zonsopkomst kan genieten…of we dat gaan doen ?!?!?

Lees het in het reisverslag!

'We travel not to escape life but for life not to escape us'